Wat als een sterke financiële balans niet betekent dat je goed bezig bent, maar dat je te weinig durft te investeren? Dat is misschien wel de meest prikkelende conclusie uit de EY Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2026. De sector oogt financieel gezond: de solvabiliteit is hoog, de schuldenlast relatief laag en de loan-to-value daalt. Tegelijkertijd is het investeringsniveau teruggevallen tot het laagste niveau in jaren. En precies daar wringt het.

 

Financieel gezien lijkt terughoudend investeren aantrekkelijk: de schuld blijft laag en de ratio’s ogen gezond. Maar juist daarin schuilt het risico dat noodzakelijke vernieuwing te lang wordt uitgesteld voor de opgave die zorginstellingen voor de komende jaren te wachten staat.

 

Ondertussen veroudert het vastgoed. Digitalisering vraagt om forse investeringen. De arbeidsmarkt wordt krapper. De zorgvraag verandert. En verduurzaming en nieuwe woonzorgconcepten vragen om keuzes die verder reiken dan de jaarrekening van volgend jaar.

 

De ongemakkelijke boodschap is dat een deel van de huidige financiële gezondheid juist samenhangt met het lage investeringsniveau van de afgelopen jaren. Minder investeren betekent minder nieuwe schuld, lagere afschrijvingen en lagere kapitaallasten. Dat helpt de financiële ratio’s van vandaag. Maar het lost de opgave van morgen niet op.

 

EY becijfert dat de Nederlandse zorg de komende vijf jaar ongeveer twee keer zoveel zou kunnen investeren als in de afgelopen vijf jaar. Dat klink als goed nieuws, maar daar zit meteen de volgende spanning. Meer investeren betekent ook hogere afschrijvingen, hogere rentelasten, meer externe financiering en lagere rendementen. De prognosemodellen van EY tonen aan dat bij een investeringsfactor van 2,0 het rendement van de Nederlandse zorgsector zal dalen naar een historisch laag niveau van circa 0,6%. Met andere woorden: wie serieus werk maakt van toekomstbestendige zorg, moet accepteren dat sommige financiële ratio’s minder mooi worden.

 

En dat brengt ons bij de echte bestuurlijke vraag:
 

“Waar is financiële gezondheid eigenlijk voor bedoeld?”

 
Is het doel om de balans zo sterk mogelijk te houden, ook om toekomstige (financiële) risico’s op te vangen? Of is een sterke financiële positie juist bedoeld om op het juiste moment te kunnen investeren in kwaliteit, vernieuwing en continuïteit?

 

Een gezonde balans is naar onze mening geen einddoel. Het is enkel het middel, de financiële slagkracht, om te investeren. Dat vraagt om een ander gesprek in bestuurskamers en bij toezichthouders. Niet alleen: “Kunnen we deze investering financieel dragen?” Maar ook: “Wat gebeurt er als we nog vijf jaar wachten?” Die tweede vraag wordt volgens ons steeds belangrijker.

 

Maar er is een verschil tussen zorgvuldig investeren en structureel uitstellen. Juist dat onderscheid verdient meer aandacht. Want als investeringen jarenlang achterblijven terwijl de maatschappelijke opgave groeit, wordt financiële voorzichtigheid uiteindelijk zelf een risico. Denk alleen al aan het renterisico wat u loopt.

 

Misschien moeten we daarom financiële weerbaarheid anders definiëren. Niet als bewijs dat een organisatie zo min mogelijk schuld heeft, maar als het vermogen om op het juiste moment verantwoorde risico’s te nemen. De vraag voor zorgbestuurders is dan niet alleen hoeveel financiële ruimte ze vandaag hebben. De belangrijkere vraag is:
 

“Waarvoor willen we die financiële ruimte en dus investeringscapaciteit eigenlijk bewaren?”