Bal door het raam

 

Wat voelde ik mij schuldig. Mijn vader had de auto ingeladen, de hele ochtend liep mij al het water in de mond vanwege de kip, bestemd voor de picknick, die vanaf 08u00 in de oven aan het roosteren was. Eindelijk stond iedereen klaar, toen ik, wachtende tot we vertrokken, de bal niet tegen de muur schopte maar door de ruit.

 

Je kent het wel, een onrustig, ongemakkelijk gevoel werd me meester; opgezette klieren bij m’n kaak, rode wangetjes, snel ademen. Met de bal in de hand, naar de grond kijkend, biechtte ik aan mijn ouders op wat er zojuist had voorgevallen.

 

Ongemak. Ook op latere leeftijd overkomt je dat. In toenemende mate merk ik bij bestuurders en managers bedrijfsvoering ongemak. Aan de ene kant is er de wil en de verplichting om nieuwe huizen te bouwen, appartementen te verduurzamen en huren laag te houden. Aan de andere kant wordt er geschermd met ingewikkelde duurzame financieringsmodellen en hoe je jezelf als corporatie verzekerd van eeuwigdurende exploitatie.

 

Als corporatie kun je niet honderden huizen neerzetten, duizenden panden verduurzamen en de huren laag houden zonder dat de ratio’s er op achteruit gaan. Dit is talloze malen doorgerekend. Dat is ook niet erg. De meeste corporaties hebben een uitstekende financiële positie.

 

Zie het zo, de financiële ruimte wordt verzilverd ten gunste van woningen en klimaat. Dat is ook de wens van de minister, van de RvC en van de gemeentes. Punt is dat -als goede huisvader- bestuurders daar een ongemakkelijk gevoel bij krijgen. Want waar trek je de grens? Hoe dit op een verantwoorde manier te doen? Mag ik het geld wel zo uitgeven? En wat is de financiële armkracht op het moment dat ik het stokje overdraag?

 

In de huidige financieringsstrategieën, helpen we daarbij. Samen met de woningcorporatie kiezen we bewust voor het tijdelijk aan de kant zetten van een duurzaam financieringsmodel. In alle transparantie wordt vervolgens bepaald voor hoe lang. Wat wil je dat je remweg is aan kasstroomzijde en op de balans? Hoeveel financiële middelen wil je overhouden na het verwezenlijken van het nieuwe appartementencomplex, de nieuwe woonwijk of de aansluiting op het warmtenet?

 

Ik merk dat dit bestuurders geruststelt. In goed overleg wordt afgesproken hoeveel geld wordt uitgegeven, waaraan en hoeveel er over blijft. Weg ongemakkelijk gevoel; met zelfvertrouwen en de bal aan de voet op een verantwoorde manier aan de slag.

 

Olivier Schotel